De geschiedenis van Rijs 

IJstijd
Het werkelijke ontstaan van Gaasterland ligt echter veel eerder in de jaartelling. Het was in de ijstijd dat grote ijsmassa’s uit Noord-Europa in zuidelijke richting schoven. Grote en kleine stenen werden meegevoerd. Sommigen werden tijdens de reis geheel of gedeeltelijk vermalen tot leem. Deze massa stapelde zich op in het zuiden van Friesland.
Na de ijstijd brak de zon door. Hier door veranderde het ijs in smeltwater. Dit water schuurde de stenen glad en bedekte het glooiende landschap met aangevoerd zand. Later ontstond in de lage gedeelten veen. Hierover heen kwam een laagje klei dat uit de Zuiderzee afkomstig was.
Veel later kwamen de eerste mensen er wonen. Zij noemden deze streek ‘gaasten’. Omdat de hoog gelegen streek hen deed denken aan andere zandruggen die ‘geesten’ of ‘geestgronden’ werden genoemd. Zo is de naam Gaasterland ontstaan.
Talrijke vondsten van stenen werktuigen verduidelijken dat er al heel vroeg mensen in Gaasterland hebben gewoond. De werktuigen zijn afkomstig van de zogenaamde Neanderthalers en meer dan 100.000 jaar oud. Verder zijn er materialen gevonden uit de laatste ijstijd, 12.000 jaar geleden. Ook uit de jonge steentijd (ca. 2400 v.C.) zijn in Gaasterland veel vondsten gedaan. Die maken duidelijk dat er toen althans veel intensieve bewoning is geweest. Uit die tijd dateren vermoedelijk ook de restanten van het hunebed in het Rijsterbos.

Rijs (Fries: Riis)

Het ontstaan van het landschap

Volgens een hele oude mythe is Gaasterland op de volgende manier ontstaan.
In het jaar vier van onze jaartelling was Azinga Ascon de vierde bestuurder van Friesland. In dit jaar beefde de grond en brak het aardoppervlak open. Een sissend vuur spoot uit de trillende bodem omhoog. Drie dagen lang hield de vlam aan. Op de vierde dag kwam uit het vuur een verschrikkelijke draak omhoog. Hooguit een half uur kon de onthutste bevolking hem zien. Daarna verdween hij, even snel en geheimzinnig als hij was gekomen, waarna ook de vlammen doofden.
Hierna zou het monster nog twee keer de bevolking de stuipen op het lijf hebben gejaagd. De laatste keer was in het jaar 230. Die keer duurde het 12 dagen voor de draak verdween. Sindsdien ligt de zuidwesthoek van Friesland opengereten. Gaasterland werd het omgewoelde land genoemd.
Het enige wat er nu nog aan herinnerd is de rode kleur van de grond bij het Rode klif. Hieraan kan men zien hoe hevig het er destijds aan toe is gegaan.

Rijs ligt aan de weg Oudemirdum – Hemelum. Het telt nu ongeveer 175 inwoners.
Rijs is in de 19de en 20ste eeuw door ontginning van buurtschap uitgegroeid tot een dorp. Het was rond die tijd niet meer dan een klein buurtje onder Bakhuizen. Markant onderdeel daarvan was ‘Huize Rijs’ waarvan het woonhuis in 1937 werd gesloopt. Rond dit huis nam na 1850 de bebouwing toe. Er verrezen enkele villa’s, hotel en woonhuizen. Een van de mooiste villa’s die er nu nog staat is het in 1912 gebouwde ‘Mooi Gaasterland’. Ooit was het een buitenhuis van een edel geslacht. Daarna werd het een kinderkoloniehuis. Daarna was het jaren een Medisch Kinderhuis. Naast deze villa staat sinds 1947 een kapelletje van de ‘Dochters van Onze Lieve Vrouw van het Heilige Hart’. Deze vonden hun oorsprong in 1882 in Issoudun te Frankrijk. Het hoofdklooster voor Nederland staat in Tilburg.

Dit is echter niet het enige wat Rijs met het geloof verbind.

In 830 stichtte Odolf een kapittel in Stavoren. Na een verval in 1132 werd het omgezet in een Abdij van Benedictijnen. Deze Abdij had onder andere een uithof in Rijs. Dit was een kapel waarin een beeld van Maria in Friese kledij stond. Hierdoor werd Rijs een soort bedevaartsoord. In 1400 is de Abdij in Stavoren verwoest. 15 jaar later begon men met de herbouw in het zuiden van Stavoren, maar de abt en een deel van de monniken hadden zich in de uithoven in Rijs en Hemelum gevestigd, zodat het toezicht ontbrak. De Abdij werd zwaar geteisterd door Ige Galama en opnieuw verwoest. In 1495 werd ze verplaatst naar Hemelum. Een andere villa die er nu nog staat is ‘Rijsterbosch’. Dit is jarenlang een café-restaurant geweest.
In het begin van deze eeuw was er ook een steenfabriek nabij Rijs. In 1916 werden hier een honderdtal Belgische vluchtelingengezinnen ondergebracht.