Hotel Gaasterland bv

De geschiedenis van Rijs en het Rijsterbos

[Gemeentewapen] [Het ontstaan van het landschap] [Rijs] [Het ontstaan van het Rijsterbos]
[Huize Rijs] [De bewoners van Huize Rijs] [Het Vredestempeltje] [Het hunebed] [Activiteiten]

Gemeentewapen
Het gemeentewapen van Gaasterland is een schild met een groene voorgrond, met daarop een gouden korenstruik met volle aren, waar een rode haas voorbij springt. Het overige gedeelte van het schild is een hemelsblauwe lucht. Het schild is gedekt met een gouden kroon.

NB : het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 parels.

Het ontstaan van het landschap
Volgens een hele oude mythe is Gaasterland op de volgende manier ontstaan.
In het jaar vier van onze jaartelling was Azinga Ascon de vierde bestuurder van Friesland. In dit jaar beefde de grond en brak het aardoppervlak open. Een sissend vuur spoot uit de trillende bodem omhoog. Drie dagen lang hield de vlam aan. Op de vierde dag kwam uit het vuur een verschrikkelijke draak omhoog. Hooguit een half uur kon de onthutste bevolking hem zien. Daarna verdween hij, even snel en geheimzinnig als hij was gekomen, waarna ook de vlammen doofden.
Hierna zou het monster nog twee keer de bevolking de stuipen op het lijf hebben gejaagd. De laatste keer was in het jaar 230. Die keer duurde het 12 dagen voor de draak verdween. Sindsdien ligt de zuidwesthoek van Friesland opengereten. Gaasterland werd het omgewoelde land genoemd.
Het enige wat er nu nog aan herinnerd is de rode kleur van de grond bij het Rode klif. Hieraan kan men zien hoe hevig het er destijds aan toe is gegaan.

IJstijd
Het werkelijke ontstaan van Gaasterland ligt echter veel eerder in de jaartelling. Het was in de ijstijd dat grote ijsmassa's uit Noord-Europa in zuidelijke richting schoven. Grote en kleine stenen werden meegevoerd. Sommigen werden tijdens de reis geheel of gedeeltelijk vermalen tot leem. Deze massa stapelde zich op in het zuiden van Friesland.
Na de ijstijd brak de zon door. Hier door veranderde het ijs in smeltwater. Dit water schuurde de stenen glad en bedekte het glooiende landschap met aangevoerd zand. Later ontstond in de lage gedeelten veen. Hierover heen kwam een laagje klei dat uit de zui derzee afkomstig was.
Veel later kwamen de eerste mensen er wonen. Zij noemden deze streek 'gaasten'. Omdat de hoog gelegen streek hen deed denken aan andere zandruggen die 'geesten' of 'geestgronden' werden genoemd. Zo is de naam Gaasterland ontstaan.
Talrijke vondsten van stenen werktuigen verduidelijken dat er al heel vroeg mensen in Gaasterland hebben gewoond. De werktuigen zijn afkomstig van de zogenaamde Neanderthalers en meer dan 100.000 jaar oud. Verder zijn er materialen gevonden uit de laatste ijstijd, 12.000 jaar geleden. Ook uit de jonge steentijd (ca. 2400 v.C.) zijn in Gaasterland veel vondsten ge daan. Die maken duidelijk dat er toen althans veel intensieve bewoning is geweest. Uit die tijd dateren vermoe delijk ook de restanten van het hune bed in het Rijsterbos.

Rijs (Fries:Riis)
Rijs ligt aan de weg Oudemirdum - Hemelum. Het telt nu ongeveer 200 inwoners.
Rijs is in de 19de en 20ste eeuw door ontginning van buurtschap uitgegroeid tot een dorp. Het was rond die tijd niet meer dan een klein buurtje onder Bakhuizen. Markant onderdeel daarvan was 'Huize Rijs' waarvan het woonhuis in 1937 werd gesloopt. Rond dit huis nam na 1850 de bebouwing toe. Er verrezen enkele villa's, hotel en woonhuizen. Een van de mooiste villa's die er nu nog staat is het in 1912 gebouwde 'Mooi Gaasterland'. Ooit was het een buitenhuis van een edel geslacht. Daarna werd het een kinderkoloniehuis.
Nu is het al weer jaren een Medisch Kinderhuis. Naast deze villa staat sinds 1947 een kapelletje van de
'Dochters van Onze Lieve Vrouw van het Heilige Hart'. Deze vonden hun oorsprong in 1882 in Issoudun te Frankrijk. Het hoofdklooster voor Nederland staat in Tilburg.

Dit is echter niet het enige wat Rijs met het geloof verbind.
In 830 stichtte Odolf een kapittel in Stavoren. Na een verval in 1132 werd het omgezet in een Abdij van Benedictijnen. Deze Abdij had onder andere een uithof in Rijs. Dit was een kapel waarin een beeld van Maria in Friese kledij stond. Hierdoor werd Rijs een soort bedevaartsoord. In 1400 is de Abdij in Stavoren verwoest. 15 jaar later begon men met de herbouw in het zuiden van Stavoren, maar de abt en een deel van de monniken hadden zich in de uithoven in Rijs en Hemelum gevestigd, zodat het toezicht ontbrak. De Abdij werd zwaar geteisterd door Ige Galama en opnieuw verwoest. In 1495 werd ze verplaatst naar Hemelum.   Een andere villa die er nu nog staat is 'Rijsterbosch'. Dit is jarenlang een café-restaurant geweest. Thans is 'Rijsterbosch' het kantoor en woonhuis van Dhr. J.H. de Jong, direkteur en eigenaar van Hotel Gaasterland.
In het begin van deze eeuw was er ook een steenfabriek nabij Rijs. In 1916 werden hier een honderdtal Belgische vluchtelingengezinnen ondergebracht. Rijs is al jaren een toeristische plaats. Er zijn dan ook een aantal campings, twee hotels, een restaurant en natuurlijk het bekende Sybrandy's Ontspanningscentrum. Een soort pret park waar zelf de ouders nog als klein kind kwamen spelen.

Het ontstaan van het Rijsterbos
Galama
In de historie wordt er voor het eerst over aanleg van bos verteld in het midden van de 9e eeuw (845). Verder bestond Gaasterland uit uitgestrekte heidevelden. Hierdoor kwamen veel zandverstuivingen voor als gevolg van ondermeer overbegrazing. De eerste eigenaar van Rijs was de familie Galama (een edel geslacht uit Koudum) die hun stins aan wat nu heet de Smitsleane bij Rijs hadden staan. De Galama's lieten van de vaak dorre heide vruchtbare grond maken.
Schwartzenberg
Later kwam Rijs met de omliggende aan gelegde beplanting in handen van de familie Schwartzenberg. Deze liet een vaart van Rijs naar Kolderwolde graven en noemde het de Schwartzenbergsloot. De Schwartzenbergsloot die tegenwoordig gewoon de Rijstervaart heet, heeft verschillende zijtakken die doodlopen in Rijs. Een grote zijtak was de Merdersloot die via de meertjes Rijsterpoel, 't Witwater, de Merderpoel en de Kolk uitkwam bij de Zuiderzee. Intussen zijn de meertjes ingepolderd en de Merdersloot heeft nu 3 verschillende namen, namelijk de Spookhoekstervaart, Witakkersvaart en gedeelte heet de Sefonstervaart.
De Ruyter de Wildt
Aan het eind van de 17e eeuw kwam Rijs in handen van de Heer De Ruyter de Wildt. Hij was Secretaris ter Admiraliteit van Amsterdam geweest, Intendant van de Zeemacht van de staat en Geheime Raad van de Stadhouder-Koning Willem III. Hij was nog maar net op het nieuw opgetrokken 'Slot Rijs' gaan wonen, of hij gaf het bevel aan zijn werklui om de heuvelachtige en dorre heidevelden egaal te maken. Van eén deel moesten ze korenvelden maken en het andere deel moest worden beplant met tabak. Hiervoor moesten ook koren- en tabaksschuren gebouwd worden. Gelijktijdig werd ook begonnen met het bebossen van Gaasterland. Terwijl het zo goed ging met het koren en het bebossen, wilde het met de tabak niet zo goed vlotten. In Mirns was al een tabaksschuur gebouwd om de wind door de opgestoken bladeren te laten spelen tot ze droog waren. Helaas, de tabaksbouw bleef niet meer dan een experiment.
Foeke Sjoerds (schoolmeester/historicus ) heeft deze fiasco voor het nageslacht vastgelegd. De cultuur van het edele kruid, zei hij, 'vond weinig voortgang, alzo de tabak zeer onsmakelijk, bitter, stinkende, en van eene onaangenaame reuk en geur zijnde, gene liefhebbers vond, en overzulks de kool het vet niet waerdig was'.
Rengers
De ontginning van Gaasterland zette zich in de 17e en 18e eeuw gestaag voort. Na De Wildt kwamen, zo rond 1756, de Grietmannen van Harichsteradeel op 'Slot Rijs' wonen. Jonkheer Ulbo Aylva Rengers en ook zijn zoon Lamoraal Albert Aemelius Rengers, die zijn vader als grietman opvolgde, hadden een belangrijke inbreng in de voortgang van de ontginning.
Van Swinderen
In 1825 nam de Groningse welgestelde familie Van Swinderen haar intrek in het grote huis. Het was vooral deze familie die wegen ging aanleggen en de bodem verbeterde. Via speciaal aangelegde vaarten werd van elders uit Friesland vruchtbare terpaarde aangevoerd. Van deze vooruitstrevende familie komt aan Jonkheer Meester J.H.F.K. van Swinderen de eer toe het goede evenwicht te hebben gezocht tussen ontginning en bebossing, waardoor Gaasterland de uitgebreidste en vermakelijkste lustplaats van Friesland werd genoemd.
In het laatst van de eeuw moest de familie van Swinderen door geldgebrek ( waarschijnlijk door het kelderen van de aandelen in het Suezkanaalproject ) vele stukken bos verkopen. Een gretige koper was de N.V. Stichting Exploitatie Maatschappij Gaasterland, die de aangekochte percelen bos op radicale wijze produktief maakte of die bij stukken en beetjes doorverkocht aan boeren, die er prompt de ploeg door heen trokken. Vele bomen werden gekapt en verkocht in Duitsland. Dit leverde een niet te versmaden extra centje voor de arme Gaasterlandse landarbeider op. Want wat de hereboer hem vaak op het erf en de akker onthield, maak te het bos weer goed. Wie aan de rand van de honger leeft, eet zonder wroeging de schoonheid op.
Gaaikema
Het was de toenmalige burgemeester van Gaasterland, die zich inzette tegen het onoordeelkundige gebruik van de bossen in zijn gemeente. Verontrustend door het toenemende boomverlies wees hij zijn gemeenteraadsleden op de schade en op het belang dat de gemeente bij het voortbestaan  van de bossen in Gaasterland had. Er moet nog gered worden wat er te redden valt, meende burgemeester Gaaikema: de bossen die er nog zijn moeten we behouden en beschermen. In 1926 besloot het gemeentebestuur unaniem het advies in daad om te zetten en deed daarmee één van de voor de gemeente Gaasterland historisch belangrijkste besluiten. Het grootste doel van deze aankoop van de gemeente was om de bossen voor onder meer het toerisme veilig te stellen.

Jacob Hepkema beschreef in het begin van deze eeuw zijn wandeling door het Rijsterbos. Hij liep van zijn logement ('recht dorpelijk volgens Hepkema') dwars door het bos naar de toen nog Zuiderzee-oever. Via de statige Mirnserlaan kwam hij bij het zeelaantje. Hier volgt zijn relaas: "Gelijk de bezoeker van de donkere grot van Han (België) als hij aan het eind gekomen plotseling verrast wordt door het heldere... zonnelicht, zoo wordt de wandelaar hier aan 't einde der bosschen verrast door de.... zee. De overgang van donker en licht, van bosch en water, geschiedt als bij toverslag; zóó waant men zich nog in een uitgestrekt woud en zoo ziet men den waterspiegel der zee, zóó waren het nog de zangers in de twijgen, die't oor bekoorden en zoo verschijnen de stormvogels en bergeenden voor ons oog, met visschers pinken op de kust en rookende stoombooten in 't verschiet. Intusschen ontwaart men dicht bij het Zeelaantje ééne opene plek in de beschoeiing, waar de golven vrij mogen binnentreden. Niet zelden wordt hier gebaad en wie voor herstel en niet om vertoon de zee zoekt, vindt er zee- en boschlucht tegelijk, te midden van natuurschoon en heerlijke landouwen. Als dus de badplaats Schiermonnikoog eens overbevolkt mocht worden en de aandeelhouders naar een nieuwe gelegenheid zoeken, dan is deze kust en dit oord zeker aan te bevelen."

Spookverhalen
Over het Rijsterbos zijn ook spookverhalen bekend. Hier volgt zo'n verhaal:
Er was eens een vrijer die om middernacht van zijn meisje huiswaarts keerde. Hoewel het natuurlijk donker was, nam hij om tijd te winnen toch de weg door het Rijsterbos, want die weg was de kortste. Op de Spokersberg gekomen zag hij het: een gedaante die op een kalf leek. Ze was grauw van kleur en snelde op enkele meters afstand dwars voor hem over de weg. Nu kunt u zeggen dat de vrijer bij 't meisje een glaasje teveel had gehad, maar er zijn andere Gaasterlanders geweest die het spookkalf ook hebben gezien.

Nu is het Rijsterbos sinds 1941 in het bezit van de Friese Vereniging "It Fryske Gea". Deze streeft ernaar het bos, dat in 1941 grotendeels uit hakhout bestond, te hervormen in gemengd opgaand bos. Eik en berk nemen er een grote plaats in naast de Japanse lariks, douglasspar, zilverspar en fijn spar. De zeer afwisselende samenstelling geeft het bos een bijzondere bekoring. Het trekt daarom ook jaarlijks tussen de 30.000 en 40.000 bezoekers.  Het is ongeveer 170 hectare groot en heeft een stervormig net van lanen. Al lange tijd komt hier de das voor. Er zijn dan ook verschillende dassenburchten te vinden in het Rijsterbos. Dit is een ingewikkeld hol, compleet met gangenstelsel van soms wel tientallen meters en verscheidende ingangen en kamers. Ook de blauwe reiger broed al sinds jaar en dag in een grote kolonie in het Rijsterbos.
Eén van de laatste belangrijke gebeurtenis in het Rijsterbos was de vestiging van V 2-startbanen in de 2e wereldoorlog. Deze stonden op de plaats waar nu de "Wildtskuorre" staat, het werkgebouw van It Fryske Gea.

'Huize Rijs'

De vroegere naam is 't Slot. Het werd gebouwd voor de Heer De Ruyter de Wildt. Omdat hij al een goede carrière achter de rug had op zee, wilde hij zich nu gaan bewijzen als 'landrot'. Huize Rijs moest een landgoed worden, waartegen de gewone mensen met respect zouden opzien en dat vooral de familie en de welgestelde kennissen jaloers moest maken.
Een goede beschrijving van het slot werd gemaakt door Jacob Hepkema (), journalist, schrijver en stichter van het Nieuwsblad van Friesland. Hepkema was omstreeks deze eeuwwisseling in Rijs geweest. De familie Van Swinderen was toen eigenaar van 't Slot. Hier volgt zijn verslag.
't Slot is al oud, niet fraai, zonder kunst of vliegwerk, rustig als de omgeving, wel groot, maar toch eenvoudig. 't Is geen state of stins met torens en kijk- of schietgaten, poorten en grachten, niets van dat al, maar een deftig landhuis, dat spreekt van veiligheid en vreê. Meer natuur dan kunst, treft hier het oog meest trotsche eiken, beuken en linden. Trouwens de bewoners van dit huis hielden er nooit van, de natuur teveel te dwingen of haar door allerlei menschenwerk te ontsieren. Kent ge de prachtige lindenlaan voor 't slot, die dubbele rijen rijzige opgeschoten stammen met afhangende takken, sprekend van gelijkheid en broederschap, dat lichte groen met zijn donkere schaduwen, dat heerlijke lommer, waar de koeltjes van open veld komen spelen, zelfs als de middagzonne brandten zich in 't bos geen enkel blaadje beweegt."
Zonder dat ook maar iemand zich er iets van aantrok werd het slot in 1937 afgebroken. Alleen de klok uit de toren en een stuk muur zijn overgebleven. De klok werd in de muur van de op dezelfde plaats verrezen villa gemetseld en de muur is nu een omheining tussen 'Villa Rijs' en Hotel Jans. Momenteel bevindt deze klok zich -volgens de huidige bewoners- niet meer in de muur, maar in het gemeentehuis van Balk.

De bewoners van 'Huize Rijs'

De meeste bewoners van 'Huize Rijs' staan al in de vorige hoofdstukken beschreven. Ging het daar om hun aandeel in de aanleg van het Rijsterbos, nu zal ik meer de persoonlijke dingen van de bewoners aanhalen.
Zoals gezegd was de eerste bewoner de Heer de Ruyter de Wildt. Hij was een heer van deftige allure; onmiddellijk verried hij zich als een man met gezag. Zijn functies in Amsterdam logen er ook niet om. Hij had een goede carrière achter de rug voor hij naar Rijs kwam. Al wou het hier met de tabak niet lukken, toch is hij heel belangrijk voor het begin van Rijs geweest.

Over de volgende bewoners -het geslacht Schwartzenberg (van oorsprong uit Frankenland 14e eeuw, ca. 1550 kwam door een huwelijk de oudere tak naar Friesland)- is weinig bekend. De weinige dingen die bekend zijn staan beschreven in de vorige hoofdstukken.
In 1756 kwam de eerste grietman op 'Huize Rijs' wonen. Dit was Jonkheer Ulbo Aylva Rengers. Hij was grietman van het toenmalige Harichstradeel. Later volgde zijn zoon Lamoraal Albert Aemelius Rengers als grietman en bewoner van 'Huize Rijs' op. Als laatste werd het landgoed aangekocht door de Van Swinderens, een Gronings geslacht, waarvan verschillende leden burgemeester van Gaasterland zijn geweest. Deze familie werd zeer geacht en de Freulepartij, die hier voor speciaal was opgericht, zorgde ervoor dat de beminde jonkvrouw Quiri na J.J. van Swinderen van 1927 tot 1941 lid van de gemeenteraad was.
Eén van de jonkers Van Swinderen was in het laatst van de vorige eeuw niet alleen geliefd als burgemeester, maar ook als weldoener. Hij steunde boeren en arbeiders financieel om het hen mogelijk te maken maatschappelijk wat vooruit te komen en hij stond bekend als een 'lânhearre', die bijzonder lage huren vroeg. Om de scheepvaart te bevorderen liet hij een vaart graven die de naam Van Swinderenvaart kreeg. Daarna steunde hij een aantal mensen bij het kopen van een schip, zodat ze op de kleine binnenvaart hun brood konden verdienen. Anderen hielp hij aan geld voor emigratie naar Amerika. 's Zaterdags hield hij een speciaal spreekuur voor de Gaasterlanders die op een of andere manier geholpen moesten worden. Zelf is hij, als gevolg van een verkeerde belegging, onder armoedige omstandigheden gestorven.
Het was toen deze Van Swinderen op het Slot in Rijs woonde, algemeen gebruik dat de mannen de pet afnamen als ze langs liepen. Want mijnheer zoù eens voor het raam kunnen staan. Ja, als men het in die tijd over 'Mijnheer' had dan kon daar maar één mee worden bedoeld. Hij werd zelfs wel 'de God van Gaasterland' genoemd.

Het vredestempeltje

Het Vredestempeltje staat al bijna 180 jaar in het Rijsterbos. Het is een zeshoekig priëel die van voren open is. Het dak rust op twee pilaren. Het werd in de loop der jaren verschillende malen hersteld en herbouwd. Voor het laatst in 1977.

Steeds weer kwamen er tijden, waarin de tekst op de kroonlijst actueel werd. Het werd aangebracht in het jaar 1814, toen Napoleon naar Elba werd verbannen en Nederland weer vrij was.

  Vrede, groot geschenk van God,
  blijf bestendig Neerlands lot,
  Laat het dankbaar op uw zien,
  Altijd twist en wraakzucht vliên.

Een treffende bede, maar er kwam een tijd waarin de Duitse bezetters slechts een tiental meters van deze plaats hun V2-raketten met donderend geraas afvuurden.

Het hunebed

Een zekere Kouwenhoven, die in maart 1849 in de jonge bosaanplanting bij Rijs bezig was greppels te graven, stuitte op de stenen van het préhistorisch graf. Daar de op het slot wonende jonkheer Van Swinderen een paar dagen afwezig was, kon de arbeider hem niet op de hoogte brengen van zijn vondst en spitte evenwel onvermoeid door, want hij was wel nieuwsgierig naar wat er te voorschijn zou komen. Hij groef steeds dieper. Hij haalde alles wat hem in de weg kwam omver en sloeg de stenen aan gruis.
Spoedig na de thuiskomst van Van Swinderen had men wel in de gaten dat er iets belangrijks verloren was gegaan. De Leidse archeoloog Dr. L.J. Jansen had er de toen nog vrij verre reis naar Gaasterland voor over om zich op de hoogte te stellen. Wat hij aantrof was een verre, zuidwestelijke uitloper van de Drentse hunebedden. In Drenthe hebben slopers trouwens ook heel wat hunebedden vernield.
In Rijs vond de Leidse doctor de vernietiging ook maar een triest geval. Hij maakte een tekening en een beschrijving van de historische plek en publiceerde die in 'De Vrije Fries'. Ook in het Algemeen Handelsblad verscheen een bericht waarin gemeld werd, "dat op het landgoed Rijs, 2 el beneden den boschgrond, een hunebed is gevonden, 7 el lang en 2 à 3 el breed, saamgesteld uit zware keistenen van verschillende grootte, waarvan de gansche hoeveelheid op ruim 30 lasten steens wordt geschat. Op den bodem daarvan vond men onderscheidende donderbeitels en urnen".

Een journalist van het Nieuwblad van Friesland kreeg van de Leidse geleerde een aantal aardige bijzonderheden over "een langwerpige, vierkante, uit groote steenbrokken samengestelde grafkamer, op 78 duim diepte. West was de kamer open, Oost had zij één enkele steen, Zuid twee en Noord vijf. De laatsten hadden een halve el midden lijn, doch de sluitsteen aan de oost zijde was meer dan een el lang en hoog meer dan en last zwaar". Verder vermelde de doctor, dat de stichters van de Gaasterlandse steenconstructie hebben behoord tot de vroegste bewoners van dit gewest - ca. 2400 voor Christus - en naar alle waarschijnlijkheid afkomstig waren uit het Oostzeegebied. Het hunebed heeft waarschijnlijk als woning dienst gedaan.
In 1922 stelde een Groningse professor A.E. van Giffen nog eens een onderzoek in en vond de standsporen van elf draagstenen. Daardoor kon hij de vorm van het hunebed helemaal reconstrueren. Ook heeft hij toen mooi geslepen vuurstenen bijlen en aardewerkscherven (grafgiften) gevonden. Karakteristiek is de diepsteekversiering op het aardewerk. De vaten bevatten waarschijnlijk spijs en drank voor het hiernamaals. In 1958 is een gedenksteen op de plaats van het vroegere hunebed aangebracht. Deze gedenksteen is afkomstig van het Oudemirdumer Klif.

   O, Gaasterland! Schoon Gaasterland!
   Waar dat ik ooit mag zwerven,
   Moet derven of verwerven,
   Ik voel mij steeds aan u verwant,
   Ik wijd aan u mijn hoofd en hand,
   Ik wensch me een woning op uw zand,
   En op uw grond te sterven.

      ( Bergumer Courant )

In 1996 heeft men een nieuw onderzoek gestart naar het hunebed.
Hieruit is gebleken dat het hunebed eigenlijk een steenkist is.

Activiteiten
Op de eerste zaterdag van augustus wordt elk jaar een veel toeschouwers trekkend
concours hippique gehouden. Dit jaar is dat op 1 augustus 1998.

Spectaculair is ook de vossejacht met ruiters op de laatste zaterdag van november
in de Gaasterlandse bossen.